0 / 7 stellingen ingevuld

Voor leidinggevenden in de jeugdhulp

Navolgbaarheidsscan

Heb ik de ondersteuning van mijn team op orde?

Je organiseert intervisie.

Je hebt casuïstiekbesprekingen.

Werkbegeleiding staat gepland.

Maar leren jeugdprofessionals daardoor ook beter afwegen en hun keuzes onderbouwen?

Het handelen van een jeugdprofessional moet navolgbaar en toetsbaar zijn. Niet pas als er iets misgaat, maar in het gewone werk van elke dag. Daar wordt de kwaliteit van je hulpverlening zichtbaar, want kwaliteit zit niet alleen in wat er is gedaan, maar in de afweging die eraan voorafging.

Precies daarop worden jeugdprofessionals bevraagd. Als een kind of ouder hierom vraagt, bij een klacht of tuchtzaak en zelfs als de inspectie erom vraagt. Deze scan helpt je beoordelen of de ondersteuning die je organiseert daarop aansluit. Zie het als een spiegel en als startpunt voor het gesprek.

Neem er even de tijd voor. Een kwartier eerlijk naar je eigen team kijken levert meer op dan een snelle inschatting.


De vier bewegingen

1Analyseren — wat is hier aan de hand?
2Afwegen — welke waarden en belangen botsen?
3Beslissen — waarom deze keuze en niet die?
4Onderbouwen — kan een ander volgen waarom?

Goed beslissen is een beweging in vier stappen. In elke vorm van ondersteuning zou die beweging gemaakt moeten worden. De stellingen volgen deze vier.

De drie niveaus

Technisch-instrumenteelKiezen en toepassen van de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming, methoden en werkwijzen en dat vastleggen.
Normatief-beroepsethischToetsen of het handelen past bij de beroepscode en de afweging zichtbaar maken.
PersoonsgerichtKijken naar het eigen aandeel, de eigen positie en hoe eigen normen meespelen.

Dit zijn de niveaus waarop een jeugdprofessional wordt bevraagd als het erop aankomt. Samen leveren ze aan het eind drie scores op.

De vier perspectieven

Bovenstaande drie niveaus gaan over de binnenkant van het beroep. Het afwegen zelf gebeurt langs vier perspectieven. Zo is de beroepscode ook opgebouwd. Een jeugdprofessional die alleen naar de organisatie kijkt, of alleen naar het kind, weegt niet volledig af.

Cliënt, kind en gezin
Wat er op het spel staat voor degene om wie het gaat.
Organisatie
Wat de werkgever vraagt, aan kaders, afspraken en middelen.
Maatschappij
Wat de samenleving verwacht, met de wet als vastgelegde waarden.
Beroepsgenoten
Wat collega's van elkaar mogen verwachten binnen het beroep.

Zo vul je in

Bij elke stelling doe je twee dingen. Je geeft een score van 1 tot 5. En je geeft per niveau van reflectie aan, technisch-instrumenteel, normatief-beroepsethisch en persoonsgericht, of het zichtbaar is: ja, gedeeltelijk of nee. Toets je antwoord steeds aan wat je echt hebt gezien, niet aan wat je hoopt. Vraag jezelf bij elke stelling: zou mijn team dit ook zo scoren?

Wat de score betekent

1Dit gebeurt niet.
2Het komt soms langs, meer toevallig dan bewust.
3Het gebeurt regelmatig, maar het hangt af van wie de bespreking leidt.
4Het gebeurt bijna altijd, maar het gaat nog niet vanzelf. Er moet iemand op sturen.
5Het gebeurt structureel, bij elke casus, ook als ik er niet bij ben.

Voorbeeld

In de intervisie, casuïstiekbespreking en werkbegeleiding die ik organiseer, wordt de casus geanalyseerd vanuit de beroepscode en de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming.

In hoeverre is dit zo? 3

Technisch-instrumenteel: ja

Normatief-beroepsethisch: gedeeltelijk

Persoonsgericht: nee

Lees je dit terug, dan zie je het: er wordt gewerkt met de richtlijn en de methode, de beroepsethische afweging komt soms aan bod en het eigen aandeel van de professional blijft buiten beeld. Precies dat verschil wil je zien.


Je rapport ligt klaar

Vul je naam en e-mail in. Je ziet direct je rapport en we sturen het ook naar je toe zodat je het kunt teruglezen en bespreken met je team.

Je gegevens worden gebruikt om je het rapport en relevante informatie te sturen. Afmelden kan altijd.

Jeugdprofessionals hoeven niet perfect te zijn. Wel verantwoordelijk. En verantwoordelijkheid begint bij het vermogen om je eigen handelen navolgbaar en toetsbaar te onderbouwen.

Jolanda Winters